Alexander-Charles Gyselinckx (Antwerpen 1949) schrijft, schildert en fotografeert in Antwerpen, waar hij woont en werkt.

Gefassineerd door tijd, en het verschil dat tijd in tijd maakt, is hij geboeid in de uiterlijke, subtiele waarneembare verschuivingen in het levensdecorum van elke dag en de gedragingen van mensen daar binnenin onder invloed van trends, mode, mode-taal en allerhande hedendaagse exotische invloeden, die er voor zorgen dat er een mutatie uit gedistileerd wordt waarvan je zou denken dat het oude stillaan verdwijnt, terwijl, volgens hem juist het tegenovergestelde zich voordoet. In 1977 bij het toevallig beluisteren van de muziek van Erik Satie in een sublieme uitvoering van Reinbert de Leeuw, wist hij dat er iets op z’n terugweg was. Het had alles te maken met een gevoel van tijd komende uit tijd in de tijd van dat moment. Sindsdien heeft hij een lange weg van zoeken naar, om te komen tot een zeker existentieel evenwicht duurzaam ondergaan.

Tijdens de jaren 70-80, toen het hem meermaals overkwam een gekend werk uit het impressionnistische repertoire te herschilderen, dacht men dat hij bezig was met na-te-schilderen. Niets was minder waar, voor hem betekende dit zich inleven in tijd, en een gesprek met een bepaald artiest uit een tijd die niet meer was, een dialoog met de tijd, om via het métier van de klassieke schilderkunst en het vluchtige, poëtische impressionnisme, zich helemaal in te leven in een andere dimentie. Voor hem dus niet minder of meer dan een reis in de tijd. Zo bekwam hij naar het heden z’n eigen conceptuele beeldspraak die zich zou vertalen in kleine opgesplitste formaten en deelfragmenten, waarbinnen hij door middel van collage’s, foto, tekening en schildering, refereerde naar heden en verleden en tegelijkertijd de juiste gevoelssfeer aangaf. Andere segmenten verwezen dan weer naar het domein waaruit hij putte, om zo te komen tot een eigen iconografie. Tijdens deze tentoonstellingen in de jaren 80 en 90, werd er dan ook meermaals verwezen naar het litairair werk van Marcel Proust en zijn “À la recherche du temps perdu“, toen nog ver weg uit het dagelijks leven van het moment. Nu, 30 jaar later, nooit ver weg in een cultureel programma op radio of TV.

Tijdens een groepstentoonstelling in de Brusselse International Art Gallery " L’Homme-qui-rit ", genoemd naar een roman van Victor Hugo en ondergebracht op de place des Barricades te Brussel in een huis waar Victor Hugo destijds tussen 1866 en 1871 in ballingschap verbleef, exposeerde hij in 1995 o.a. twee werken in rood potlood op geschept papier, hommages aan Erik Satie:

NATURE MORTE N° 1
2 dessins en forme de pomme

NATURE MORTE N° 2
2 dessins en forme de poire

Tijd blijft een constante in zijn werk, en de manier waarop hij er vandaag mee omgaat, uit zich zowel in het figuratieve als in zijn oorspronkelijke conceptuele vorm, door: tekening, fotografie, schildering en tekst of welke beeldende kunstvorm ook. Geleidelijk aan zien we dat hij de poëtische picturale elementen in zijn werk vereenvoudigt, om te komen tot een algehele versobering van beeld en vorm, steeds met het behoud van de twee basis elementen, Tijd en Plaats .

Tijd kwam hem ook tegemoet in de vorm van een kortfilm “ ALLEGORIE “ van de Peruaanse réalisatrice Elsa Cayo. Ze ontmoeten elkaar in 1992 op een vernissage in een Antwerpse Art-Gallery, waar ze hem voorstelde het hoofdpersonnage van de 17e eeuwse kunstschilder Philippe de Champaigne, vriend van Nicolas Poussin te willen vertolken in haar nieuwste productie. Een verhaal dat zich afspeeld in de toekomst, met een ontmoeting uit het verleden. De opname’s werden gemaakt in een wijnkasteel in Bourgogne, en handelden over een schilderij van Nicolas Poussin. Er kwam een première op het Parijse Mont-Martre en een projectie in het auditorium van het Louvre op 31 october 1994.

Als Heraldisch tekenaar wordt hij ook vernoemt in het werk van Jean-François Houtart als een van onze Belgische Heraldische Tekenaars (ontwerpen en tekenen van familiewapens in opdracht van het Heraldisch College).

FLORILEGIUM HERALDICAE BELGICAE Brussel 2004 Dictionnaire Des Artistes Héraldistes Belges du xxe Siècle.
Op blz.132 Alexander-Charles Gyselinckx né à Anvers en 1949. Oevre : armoiries familiales pour le Vlaams Heraldisch College.

----------------------

L’oeuvre plastique d’Alexandre nous entraîne par la magie d’une palette composée d’éléments empruntés à la musique, la poésie, l’art graphique, dans un univers mystique où par la grâce de l’étincelle créatrice, revivent des évènements et des personnages surgis du passé, dont émanent de troublants appels.
Les divers tableaux sont autant de facettes établissant ce lien diaphane, cette osmose entre le passé, le présent et le future, par lequel l’artiste surplombant l’univers de la pensée et de la sensibilité, nous fait entrer de plein pied dans un monde de rêve et de poésie lirique. Ce miracle pourtant se réalise par une économie de moyens technique-sobriété des couleurs, écrits poétiques, partitions musicales, plumes d’oie, etc.- et par la maîtrise affichée dans la disposition de ces éléments disparates, souvent inertes lorsqu’ils sont pris isolément, mais engendrant ce mystère par leur intégration.
Il nous fait toucher du doigt par la poésie, la sensibilité, la recherche du beau, les aspirations profondes de l’éternel humain planant à travers les ages, pour les projeter dans notre époque bruyante et nous les présenter comme un message de paix intérieure, de calme, afin de nous réconcilier avec l’harmonie.